Op weg naar labland…

Mijn naam is Tim Selders, ik ben innovatiegids, en struin vaak met mijn hond langs lege weilanden.
Ik vraag me dan af of we een deel van dat land voor andere dingen kunnen gebruiken dan voor gras verbouwen en soms beweiden. Andere dingen die we – in deze tijd van crises en transities – ook hard nodig hebben, zoals duurzame elektriciteit, water, CO2-opslag, bio-based grondstoffen en biodiversiteit.

Ik besluit op reis te gaan naar het antwoord op deze vraag.
Een belangrijke tussenstap is het realiseren van ‘een field lab’: een innovatielab in het land.
Mijn eindbestemming is een antwoord met positieve impact op de uitdagingen die voor ons staan…

Mijn meest recente nieuws

Vergunningen-tijd!

Vergunningen-tijd!

Tot de tanden gewapend ging ik naar het Molenlandse gemeentehuis in Hoornaar. Klaar voor mijn presentatie en een stevige discussie erna. Want dat een gesprek met de gemeente over een vergunning voor labland heel lastig zou worden, dat was me wel duidelijk. Het liep...

Lees meer
Vader Gijs pitcht labland aan zoonlief ;-)

Vader Gijs pitcht labland aan zoonlief 😉

Hij is de enige in Nederland. De enige boer die verticale zonnepanelen heeft staan op zijn grasland. Waar ook nog eens koeien en schapen op kunnen lopen. En waar, naar het lijkt, zelfs meer gras groeit dan op een stuk zonder panelen... Gijs de Raad in Culemborg...

Lees meer
Cees komt langs!

Cees komt langs!

Cees komt langs. En als veehouder|politicus|koeienliefhebber|alles-is-interessant Cees de Jong uit Hoog-Blokland langs komt, komt ie ook langs. Hij luister aandachtig naar mijn verhaal. Ik heb dat inmiddels zo'n 126 keer gehouden. En het klinkt dan ook best...

Lees meer

Mijn reis in grote lijn

De aanleiding

Al jaren coach ik innovatie-professionals. Hoewel zij blij met me zijn, is mijn daadwerkelijke impact beperkt als coach. Ook op het gebied van purpose scoor ik niet al te best met klanten die printers, bier en games maken.
Als je dat combineert met mijn toenemende zorgen over onze klimaat- en vooral biodiversiteits-uitdagingen, voel ik – net vijftig geworden – dat ik wat moet gaan doen. Iets minder ‘lullen’, iets concreter, met meer impact en meer purpose…
Maar wat?

Het commitment

Opgegroeid en wonend in veenweideland tussen de boeren merk ik dat de uitdagingen rond onze landbouw me aan het hart gaan. Gecombineerd met mijn talent voor professionele inspiratie, besluit ik dat ik een soort van ‘innovatie-demo-showcase-visie-lab-farm’ wil beginnen. Op mijn eigen 2 of 3 hectare landbouwgrond. Met laarzen de wei in.
Ik hoor mezelf commitment uitspreken voor twee en halve dag per week. Voor in ieder geval vijf jaar. Onbezoldigd.

De verkenning

Ik heb inmiddels een ruw idee voor m’n innovatie-lab.

Wat als… we een deel van onze landbouwgrond nou eens fundamenteel anders gaan benutten?
In plaats van het intensief verbouwen van veeteelt en akkerbouw, gaan we energie verbouwen, gaan we CO2 opslaan, gaan we water vasthouden en ook biodiversiteit creèren.

Maar ik voel ook een geweldige kennisachterstand. Op verkenning dus, naar inzichten. In boeken & artikelen, middels LinkedIn-connecties, door interviews met experts, gesprekken met boeren en zelfs een bezoek aan de Floriade!
Vooral bij de gesprekken met boeren wordt duidelijk hoeveel ik nog niet weet en hoezeer mijn credentials tot nu toe niet relevant zijn. Toch ontwikkelt een ruw en enigszins naïef idee zich langzaam maar zeker naar een genuanceerder plan…

Het plan

Hoewel besparen de prioriteit heeft, geloof ik dat we steeds nog grote hoeveelheden duurzame elektriciteit, CO2-opslag, water, bio-based grondstoffen en biodiversiteit nodig zullen hebben. En dat je dat professioneel kunt ‘verbouwen’ als boer of als ondernemend grondbezitter.
Mijn hypothese is dan ook: ‘als je 20% van je landbouwgrond met iets ander dan voedsel verbouwt, kun je dan 50% van je business case rondkrijgen?’.
Omdat elke grondsoort zijn eigen dynamiek heeft en ik er woon, focus ik me op veengrond. Op veengrond zijn functiestapeling, hoogwaterbestendigheid en arbeidsextensiviteit de belangrijkste innovatie-drivers.
In mijn innovatie-lab wil ik een visie verbeelden hoe het zou kunnen zijn over een jaar of 5, een beetje zoals een ‘concept car’ in de automobielindustrie.

De zorgen

Maar met de stelligheid over mijn plan groeien ook de zorgen.
Over mijn toegevoegde waarde in dit geheel. Er zijn al zoveel grote en kleine initiatieven, door gedreven en vaak veel kundigere mensen. Wat kan ik daar nog aan toevoegen?
Maar ook over of mijn idee, mijn hypothese en de oplossingen die ik in mijn hoofd heb wel de juiste zijn

Moet je eigenlijk wel landbouwgrond opgeven voor iets anders dan voedsel?
Moet ik wel focussen op de boeren? Of moet ik me juist richten op de grote partijen in de keten?
Moet je wel willen dat biodiversiteit wordt betaald vanuit de markt middels financiële – en daarmee vaak perverse – mechanismes?  

Langzaam komt er nuance in. En kan ik deze zorgen adresseren, zonder overigens dat ze verdwijnen.

De financiën

Hoe financier je zoiets eigenlijk? Ik heb me per slot van rekening voor de komende vijf jaar voor twee en halve dag commiteerd hieraan, zonder daar inkomen uit te halen, maar er ook niet mijn spaarcenten in te storten.

Een field lab is niet iets waar je directe omzet uit kunt halen. Daar is de schaal waarop je verbouwt te klein voor. En de initiële kosten te hoog.
Hoewel er wellicht indirecte omzet mee te halen is – in de vorm van het verwaarden van IP (intellectual property) of PR -, is en blijft een living lab een kostenpost.
En aangezien er geen rendement, in ieder geval financieel rendement, op te halen is, lijkt het pad van impact investeerders vooralsnog ook niet logisch.

Om dit field lab te financieren zal ik dus op zoek moeten naar subsidies en donaties.
De eerste subsidie is reeds binnen, de tweede subsidie is aangevraagd en een grote financiële donatie is ook binnen. Toezeggingen in materiële donaties, zoals bijvoorbeeld partijen zonnepanelen, zijn ook al gedaan. De start is er, en die is veelbelovend! 

De organisatie

Hoe kun je dit het beste organiseren?
Het is me al snel duidelijk dat ik dit in een aparte BV wil doen. Dus zonder bestuur. En daarmee alle ruimte om zelf te navigeren. In een BV kun je vervolgens ook partners laten participeren. Die BV is er inmiddels en heeft een fijne naam: labland.
Hier hoort natuurlijk ook een Raad van Advies bij, met in eerste instantie open-minded boeren, maar later ook met innovators uit andere hoeken.

Er is ook een stichting – waar ik overigens niet inzit – opgezet die labland maar ook vergelijkbare initiatieven financieel kan ondersteunen, middels donaties die zij verwerft. Deze stichting heet Het Andere Verbouwen.

De plattegrond

Maar waar is het en wat komt er dan eigenlijk? De boerenpartner De Drie Wedden – die overigens nog niet een definitieve keuze hebben gemaakt om daadwerkelijk te partneren – heeft een goed idee waar dit zou moeten plaats vinden: redelijk dicht tegen de woonkern aan vanwege een grotere kans op vergunning en ver genoeg weg van hun weidevogel programma.  Er is dus een potentiële locatie aangewezen.

Dat betekent dat we vervolgens allerlei interessante clusters van innovaties plotten op die plattegrond. Die interessante clusters komen voort uit een innovatie-funnel die ik de laatste maanden heb opgebouwd.
Het zijn bestaande maar ook nieuwe ontwikkelingen die ieder zijn eigen plaats hebben in de funnel: kansrijke ideëen vooraan in de funnel, en ontwikkelingen waar al pilots mee lopen achteraan in de funnel.

De vergunning

En nu komt misschien wel het meest uitdagende deel… krijgen we hier vergunning voor?
Want het is nogal wat: allerlei experimenten die eigenlijk volgens bestaande regelingen eigenlijk helemaal niet mogen in de polder.
Er is een duidelijke uitzondering: de regeling rond een field lab, een proeftuin of een living lab. Dit zijn maatschappelijk relevante activiteiten die tijdelijk zijn. Dat is labland ook.
Hopelijk zien de ambtenaren van de gemeente Molenlanden dat ook zo!

Wordt vervolgd…

De steun die ik onderweg krijg…

Ik krijg op zo veel terrein hulp van anderen. Van vrienden, maar ook van wildvreemden.
Dat is hartverwarmend en zeer nuttig.

Het goedkoop willen opzetten van een stichting.
Overwegen mee te doen als boer.
Het in een stichtingsbestuur willen zitten.
Een naam mee bedenken.
Een visual maken. En opnieuw. En opnieuw.
Een vergunning willen helpen krijgen.
Een fundraising willen organiseren.
Mee willen spelen als ‘technisch vernuft’.
Meteen allerlei connecties willen delen.
Een eerste serieuze donatie doen. No strings attached.
Continue allerlei goede artikelen en programma’s toesturen.
Grasles geven.
Willen sparren over de inhoud van het plan.
Een website-platform voor me willen maken.
In de Raad van Advies willen zitten.
Vaderlijk advies geven over investeerders.
En nog veel meer…

En die hulp is er in meerdere – allemaal even welkome – vormen: in korting, in giften, in besteedde tijd, in aandacht, in constructief tegengas.

Zou je willen helpen, in welke vorm dan ook?